Het zwijgen van een familie

Het zwijgen van een familie

Een tijd lang voelde ik ongemak wanneer ik uitsprak dat ik uit Putten kwam. Ik voelde het oordeel van de ander nog voor deze dat had bedacht, laat staan uitgesproken. 

Putten, dat is een achtergebleven dorp vol christelijke mensen die ver van de wereld staan. 

Al op jonge leeftijd nam ik me voor te vertrekken uit het dorp. Ik was een ambitieus meisje, maar ik kwam niet veel andere meisjes als mijzelf tegen. Wanneer ik hardop nadacht over het geloof, stond ik tot mijn verrassing opeens tegenover kinderen uit mijn klas. Als expressief kind voelde ik me beknot. Gevoelens uitspreken, vragen stellen, nieuwsgierig zijn werden vaak niet positief gewaardeerd. Toen ik ouder werd, noemde ik de sfeer in het dorp ‘onder de calvinistische grauwsluier’. Uitbundig vieren was goddeloos, doe maar normaal dat is al gek genoeg. En, niet klagen maar dragen. Ik wilde graag onder die sluier vandaan.

Nu, jaren later, zoek ik het dorp bewust weer op. Ik onderzoek de familie van mijn opa. Een strabante, driftige, ondernemende, levenslustige en veerkrachtige familie. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog leden zij een groot verlies. Hun oudste broer, Gerrit, werd opgepakt tijdens de razzia van oktober 1944. Gerrit werd, samen met honderden mannen, afgevoerd naar werkkampen in Duitsland. Een strafmaatregel voor een daad waar geen van deze mannen betrokken bij waren. Gerrit kwam niet terug. Deze vader van drie kinderen, liefhebbende echtgenoot, zoon en grote broer van acht broers en zussen overleed in Noord Duitsland. Na zijn overlijden werd zijn vierde kind geboren, een jongen die naar zijn vader werd genoemd. Hij heeft dit nooit geweten. 

Het verhaal van de razzia was een verhaal in onze familie. Mijn vader is naar hem vernoemd. Maar écht spreken over het verlies, over het verdriet, over de schuld en schaamte die bij het overleven horen, dat gebeurde niet. Net zo min dat mijn oma sprak over de doodsangst die ze uitgestaan moet hebben in het kraambed van haar oudste zoon, die tien dagen voor de razzia geboren is.  Als ik als kind wel eens iets vroeg, pakte mijn opa zijn pet en wandelstok en liep naar buiten. Oma suste het en zei ‘Laat ‘m maar, tis te moeilijk om er over te praten. Dat kun je alleen snappen als je het meegemaakt hebt.’  

Het verhaal fascineerde me. Ik pakte regelmatig het gedenkboek erbij en zocht naar de foto van Gerrit tussen al die andere jonge mannen. Met mijn onderzoek probeer ik zijn verhaal te vertellen. Maar probeer ik ook mijn eigen verleden beter te begrijpen. Waar mijn felheid vandaan komt. Waarom ik er zo slecht tegen kan als mensen niet open en direct zijn. 

In mijn zoektocht naar hoe maak je goede verhalen, vertelde een theatermaker me laatst: ‘Je kunt pas echt een goed verhaal vertellen wanneer je sympathie kweekt voor je eigen allergie. In dit verhaal, bij jou, is dat het zwijgen. Waarom was het ook goed dat mensen het er niet over hadden?’  Hij heeft gelijk. Door deze opmerking kan ik aan het begin van mijn onderzoek al zien dat zwijgen nodig is geweest om te overleven, om überhaupt verder te kunnen. Er over praten zou de familie lamgeslagen en verpletterd hebben



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *