ruimte maken

ruimte maken

Het is januari 2026 en er is een trend op Instagram: ‘Kijk 10 jaar terug, naar het jaar 2016′. Ik zie foto’s met (relatief)  jonge bekkies, bekende settings en vooral heel veel blije mensen.

Ik blader door mijn foto’s en zie (gelukkig) veel mooie momenten. Het jaar 2016 staat in mijn geheugen gebeiteld als een hardvochtig jaar. Mijn vader stierf plotseling. Vriendschappen, waarvan ik dacht dat ze voor altijd zouden zijn, vielen weg. Ook onze allerliefste poes Kees ging dood. Ik stond dat jaar in standje overleven: blijven ademen en de boel draaiende houden. De kinderen waren jong dus er was veel luchtigheid, reuring en afleiding. Er werden zwemdiploma’s behaald, tanden gewisseld en ik deed met de oudste een ‘groep 8 tripje’ naar Londen. We kregen een nieuwe kat, onze rooie Toos. We vierden de nodige feestjes, zoals het befaamde Let’s get Lost. Zakelijk won ik een belangrijke prijs (de Galjaardprijs) en thuis fiksten we een fikse verbouwing. 

Ondertussen verschoof er van alles onder de oppervlakte, ik voelde onrust zonder precies te weten waarom. In die tijd vloog dat me soms aan, pas veel later kon ik het plaatsen. De bodem was onder mij vandaan geslagen. Wie was ík eigenlijk? Als mensen ‘zo maar’ bij mij weg kunnen gaan, wat zegt dat over mij? Ik moest noodgedwongen veel loslaten en wat blijft er dan nog van mij over? 

Ik zocht troost; bij mijn lief en vrienden maar ook in muziek, kunst en literatuur. Ik liet me coachen, zegde mijn baan op én ging voor het eerst in mijn eentje een kleine week naar Terschelling. Ik zocht ruimte. In mijn hoofd, in mijn hart en in mijn dagen. Ik ging experimenteren met vroeg opstaan (5.45h) om in die stille momenten te bewegen, te lezen en dicht bij mijzelf te komen. Ik oefende dankbaarheid. En ik was vaak ook gewoon verdrietig. Rauwe rouw. 

Een overleden ouder wordt door de buitenwereld als een ‘life event’ gezien. Voor dat overlijden is vanzelfsprekende aandacht, zeker in het begin. Aandacht voor de dubbele laag die ik daarin ervoer, werd vaak al lastiger. Ik worstelde óók met de dingen die ik had gemist, als dochter. Voor de meeste toehoorders is een ‘over de doden niets dan goeds’ verhaal beter te verteren.

Tegelijk leerde ik dat rouwen om verloren vriendschappen weinig (h)erkend wordt. Ik beleefde een intens afscheid maar miste passende rituelen en gebaren. Geen kaartjes, geen bloemen, geen monument. Mijn leven ging door, maar dan wel zonder die fijnmazige afgestemdheid met die ander buiten mijn gezin. Voor dat gemis vond weinig ruimte buiten mijzelf.

Als ik terugkijk, was ik soms ook wat in paniek. Er was veel gebeurd, maar niet alles had een naam of status. Ik voelde me soms onveilig. Ik moest erkennen dat sommige dingen nooit meer terug zouden komen. Daar moest ik afscheid van nemen. En daar zat niets heldhaftigs in. Geen grote inzichten. Geen snelle antwoorden. Gewoon leren leven met dat wat wegviel, zonder dat ik dat toen kon overzien en begrijpen. Ik kon er alleen maar ruimte voor maken.

En nu, tien jaar, later zie ik precies dat terug. Niet op alle lachende foto’s, wel in de manier waarop ik in mijn leven ruimte maak. En ik hoop dat ik die ruimte ook weet te geven aan anderen voor dat onzichtbare, dat stille dat zich onder de oppervlakte roert.



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *