Vanochtend kreeg ik een heel mooi cadeau van mijn trainer. Eén die veel verder gaat dan spierkracht, conditie en ‘toning‘. Na een uurtje flink zweten, liepen we als laatste de gym uit. Mijn trainer bleek jarig en ik bedacht me dat mijn vader een dag later 76 jaar zou zijn geworden.
Ik had een lastige relatie met mijn vader. Aan de ene kant snapte ik hem vrij goed. Ik herkende zijn temperament (ook bij mij vlamt dat soms op). We deelden de liefde voor een goed verhaal (ook ik kan daar prima meerdere keren naar luisteren). Hij kon zich vreselijk opwinden als iets ‘niet eerlijk’ was (ja ja, die appel en die boom..). En ik voelde zijn liefde als het ging over mijn kinderen (en vond daarmee wat heling voor mijn eigen gemis en verdriet).
Aan de andere kant hadden we ook vaak bonje. Ons beider temperament zat ons daarbij ronduit in de weg. Ik irriteerde me mateloos aan zijn zwart witte denken (ik zie een rijke schakering grijs). Ik ergerde me aan zijn koppigheid en rechtlijnigheid (ik houd mijn denken graag lenig). Ik had het lastig met zijn gezeur over eten (hij at het liefst opgebakken aardappels en een flink stuk vlees). In onze gesprekken ging het volume nogal eens omhoog. De grens tussen praten en bekvechten was flinterdun. Ik verliet mijn ouderlijk huis regelmatig met een bozig, geïrriteerd of verdrietig gemoed.
Maar bij ons laatste afscheid gebeurde dat allemaal niet. We hadden een feestje en dat was gewoon erg gezellig. Ik had toevallig die avond veel met hem gekletst. Hij zette me op de laatste trein naar huis. We namen afscheid met een knuffel en we zwaaiden tot we elkaar niet meer konden zien. Toen ik thuis kwam, ging de telefoon. Papa leefde niet meer.
Ik vertelde mijn trainer over dit laatste afscheid en hij deelde een verhaal hoe hij (sinds het overlijden van een bekende) altijd heel bewust afscheid neemt als hij ergens weg gaat. Zijn conclusie ‘mooi dat jullie laatste afscheid zo goed was’ raakte me. Hij probeerde niets te duiden of recht te zetten, hij trok alleen de juiste conclusie. Want, het had maar zo anders kunnen zijn. Maar dat gebeurde niet. Dat besef is tien jaar later zo maar een groot cadeau. Soms ligt betekenis niet in wat we nog op te lossen of te herstellen hebben, maar in wat — onverwacht — al heel bleek te zijn.