Hoe loos juist vol blijkt

Hoe loos juist vol blijkt

Werkeloos

Ik ervaar het als een negatief woord. Als kind uit een hardwerkende arbeidersfamilie is mij geleerd dat werken ‘gezond’ is. Bij ons thuis waren uitspraken als ‘van hard werken is nog nooit iemand doodgegaan’ gemeengoed. Dus nu ik even niet werk, voelt dat als spijbelen. En als lui. Als verkwisten van talent.

Om dat gevoel enigszins te maskeren maak ik grapjes, bijvoorbeeld over een zekere Koos die werkeloos is (ken je het niet, luister hier naar het Klein Orkest). Ik betrap mezelf op uitspraken als ‘ik geniet er stiekem van’. Mijn twaalfjarige zoon roept: ‘het is niet eerlijk, jij hebt iedere dag weekend’ en mijn dertienjarige dochter vraagt zich bij het ontbijt af ‘waar ik de motivatie vandaan haal om zo vroeg op te staan’. 

Dit glijdt niet van me af. Ik vraag me af of ik het goede voorbeeld geef aan mijn kinderen? En is het echt ok om even niet te werken?

Ik begeef me even in de luwte van het leven. Ik begeef me in een tussentijd. Tussen mijn baan op het Cibap en de volgende stap die er aan komt. Qua werk is het dan wel rustig maar ondertussen beweegt er van alles. In de onderstroom is het druk. In deze tussentijd vallen kwartjes, groeit besef, ploppen inzichten op en leef ik ten volle.

Ik bezin. Ik schrijf. Ik ervaar. Ik verwerk. Ik zet in gang. Ik zorg. Ik heb lief. Ik zoek. Ik vind.

Werkeloos maar procesvol.

Het antwoord aan mijn kind waarom ik vroeg op sta was overigens simpel.

Ik hou van het leven. 

Ik wil er niet te veel van missen.



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *