DRIE EENHEID

DRIE EENHEID

De klinkers glimmen in de smalle straatjes van de vooroorlogse arbeiderswijk. De huisjes staan dicht op elkaar, hier en daar brandt een lamp. De ramen geven voorzichtig enkele geheimen prijs van de bewoners. Hangen er bollende, witte vitrages dan zijn de bewoners op leeftijd. Als er een urban jungle in de vensterbank is aangelegd dan wonen er hippe twintigers. Slingert er een ontheemde knuffel naast een half leeggedronken fles, de speen vol witte druppels, dan weet je dat deze dertigers zijn overgenomen door hun kroost. 

 

Esmee is onderweg naar huis na een nogal intense yogales die in het teken stond van ‘aankomen in het hier en nu’. Daarom wandelt ze niet gewoon naar haar huis. Nee, ze stapt bewust door de straten. Ondertussen vraagt ze zich af of anderen het verschil ook opmerken. Ze wikkelt haar voeten van hak tot teen af in haar barefoot-shoes en registreert, zoals opgedragen, de sensaties. Naden tussen de klinkers. Een scherp steentje. Een scheve tegel. Kou steekt met kop en schouders boven alle sensaties uit. En als er iets is wat Esmee irritant vindt, dan zijn het wel koude tenen. Direct corrigeert ze zichzelf. “Alleen waarnemen Van Dongen. Geen  oordeel.” Maar het kwaad is al geschiedt. Ze is ‘eruit’. 

“Nou dat gaat weer lekker. Nog geen vijf minuten buiten, alle lessen al weer vergeten. Jemig! En dan zit ik mezelf ook lekker te judgen. Goed bezig, goed bezig!” Esmee herpakt zichzelf. ‘Haal diep adem, je kunt ieder moment opnieuw beginnen’ hoort ze yogajuf Esmeralda Ada Sophia zeggen. In de weerspiegelende ramen ziet ze haar benen, strak omsloten door haar nieuwe yogabroek in een vlammend patroon van oranje, zwart en rood. De panden van haar mokkabruine duffeljas wapperen achter haar aan. Het onderste houtje heeft ze -als enige- niet vastgemaakt in het touwtje. Op haar rug slingert haar yoga-mat heen en weer. Recht op haar hoofd staat, stevig als een toren, haar haar in een knot. 

 

Ze nadert het huisje op de hoek en verlegt haar aandacht naar de bewoner op nummer 27. Met zijn 87 jaar is Hendrik de oudste bewoner van de straat. De groene verf bladdert van de kozijnen, de ramen zijn niet altijd even schoon en in de vensterbank levert de sanseveria ook een strijd om in het hier en nu te blijven. Altijd checkt ze of Hendrik op zijn vaste plek in het hoekje van de bank zit. Als dat niet zo is, dan loopt ze wat later nog even terug om te kijken of hij er dan nu wél zit.

 

Vandaag zit Hendrik er. De zware eikenhouten bank met donkergroene velours stof is door de jaren zonlicht enigszins verkleurd. Hendrik leeft te midden van zijn relikwieën. Bruine fotolijstjes met zwart wit foto’s. Aziatische beelden. Een lichtgroen gemarmerde asbak op een voet. De wandklok lijk je buiten te kunnen horen, zo driftig tikt de pendule heen en weer. Esmee wacht tot Hendrik opkijkt en haar ook ziet. Ja! Zijn wenkbrauwen gaan omhoog, zijn ogen lichten op onder zijn grijze borstels van wenkbrauwen, zijn mondhoeken krullen op. Hendrik steekt zijn hand op, zijn kromme arm komt tot halverwege zijn hoofd. Esmee zwaait terug. Ze ziet zichzelf weerspiegeld in het raam; haar omhooggestoken rechterarm, het boven haar linkerschouder uitstekende yogamatje en haar parmantige knotje. Als drie wachters op de dijk.

 

Even schiet ze vol. Komt los van alle regels die de yoga haar oplegt en beseft zich dat dit het leven is. “Ik heb mijn eigen heilige drie-eenheid. Mijn hart staat open. Mijn hand zwaait een groet. Mijn glimlach maakt ook een ander blij.” Ze duikt in de steekzak van haar jas en zoekt de sleutel. Ze laat het door het raam aan Hendrik zien, wijst naar de deur en kijkt hem vragend aan. Hendrik knikt. Zo zen als een monnik stapt Esmee de drempel van nummer 27 over en laat de deur met een klik in het slot vallen.



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *