Drijfzand

Drijfzand
Zijn linkerarm rust op de tafel en vormt zo een eigen tafereel te midden van de onherleidbare vlekken op het lichthouten blad. Mick trekt dunne, zwarte lijnen in de huid van zijn onderarm. Naast het spinnenweb rond zijn ellenboog tekent zich een vurig hart af waar bloed vanaf druipt. Uit de kleine box op tafel dreunt de beat van een overduidelijk jaren ’80 hiphop nummer. DeLaSoul rapt: ‘Eye know I love you better. Let me lay my hand across yours and aim a kiss upon your cheek.’ Aan de andere kant van de tafel tekent zijn vriendin Roos op een groot vel papier. Mick schakelt het apparaat uit, veegt met een doekje zijn tattoo schoon en terwijl hij zijn werk bekijkt, vraagt hij:
‘Rosie, toen jij een kind was hè, vroeg jij toen ook wel eens af hoe het zou zijn om vast te zitten in drijfzand?’
Roos kijkt op van haar tekening en trekt één wenkbrauw op.
‘Nee. Eigenlijk niet Mick.’
‘Mmm. Oh. Mij wel. Mij fascineerde dat enorm. Ik had een keer in Suske en Wiske gelezen dat Lambik, je weet wel, die kale, dat die kopje onder ging. Ik weet nog dat ik dacht; holy shit.Zo loop je op zand. Dat is veilig. Ja toch? En opeens zak je weg. Ga je daar misschien wel dood. What the actual fuck.’
Roos kauwt op de achterkant van haar potlood en wacht tot Mick verder gaat.
‘Ik ging diep hoor, in dat drijfzand. Ik stelde me voor hoe het zou zijn om er in weg te zakken. Hoe die natte kouwe zooi op mijn lijf zou voelen. Ik vroeg me af of ik in paniek zou raken, maar ik besloot gewoon om dat nóóit te doen. Want dan zou ik sneller gaan bewegen en dus ook sneller onder gaan en dat maakte de kans op doodgaan direct groter. Ik kon me niet bedenken hoe je sterft in drijfzand. Zou je stikken in de modder? Of zou je doodgaan door de verdrukking op je borst? Ik nam me hoe dan ook voor om m’n armen hoog te houden, weet je. Zodat iemand me er altijd uit kon trekken. Al was het aan m’n pink. Dus daar oefende ik dan mee. Om zo lang mogelijk mijn armen hoog te houden. Het gaf me een veilig gevoel. Mocht de grond onder mijn voeten niet veilig blijken, dan was ik ‘prepared’! Kleine smart ass die ik was.’ Hij glimlacht.
Roos legt haar potlood neer. Ze kijkt naar haar vriend. Ze houdt van ‘m terwijl ze zich goed beseft ze dat ze nog lang niet alle kanten van deze man gezien heeft. Mick, met z’n warrige zwarte haar, die ene krul die altijd omhoog springt boven zijn oor en die kleine, perfect ronde moedervlek boven zijn rechtermondhoek. Ze is fan van de sleeve op z’n linkerarm waar hij steeds nieuwe creaties bij maakt. Zijn hardop mijmeren verrast én ontroert haar dikwijls. Hardop denkend vogelt hij uit hoe het leven in elkaar zit. Hoe het hoort. Hoe het werkt. Mick speelt met de ring aan zijn vinger en kijkt haar niet aan als hij verder praat.
‘Het is gek hè Rosie. As a child, I did not fit. Herinner je je dat gevoel nog, dat wanneer je een jas van vorig jaar aantrekt en dat die dan te klein zit. Dat knellen in je oksel, die mouwen die te kort zijn en die fucking rits die niet dicht kan. Alles zit zo strak dat het zweet je meteen uitbreekt.’ Hij wacht haar reactie niet af. ‘Nou. Zo voelde ik me thuis. Ik paste niet. Ik nam te veel ruimte in. Ik moest stil zijn. Stil zitten. Tassen, jassen, schoenen… uit het zicht, op mijn eigen kamer. Het leek goddomme of er geen kind woonde daar aan de Beukenlaan. Alleen maar grote mensen spullen. Grote mensen issues. En de shit van grote mensen.’ Roos schenkt zijn glas vol met rode wijn. Hij neemt een slok en pulkt aan een velletje bij zijn nagel. ‘Die rotzooi van mijn ouders nam echt alle ruimte in. Weet je, je struikelde bij ons over de lege flessen. Het aanrecht was onzichtbaar door de meuk die erop stond. De woonkamer, de slaapkamers roken muf. Ik had echt wel door dat dat niet ok was. En hun hoofd zat vol. Alles wat ik vroeg, was te veel.’
Zijn ogen dwalen even af naar buiten.
‘Ik nam nooit een vriendje mee naar mijn huis. En als ik ergens ging spelen dan was dat bij Luke. Ik weet nog goed hoe ik daar de eerste keer binnenkwam. Jezus man. Die opgeruimde lichtheid. De geur van wasmiddel. Van vers gekookt eten. Zoooo. Luke zijn speelgoed stond pontificaal voor de open haard, overal lagen spullen van hem en zijn broer. Het slingerde door het hé-le huis. En zijn moeder maakte daar grapjes over.’ Terwijl hij dat zegt, trekt hij zijn wenkbrauwen hoog en steekt zijn handen in de lucht. ‘Hun aanrecht was een soort van opgeruimd, je mocht wat lekkers pakken als je daar zin in had. Er was een gevulde fruitschaal. En zijn moeder… die was een fucking angel. Zij kroelde soms even met haar vingers door m’n haar. De eerste keer dat ze dat deed, schrok ik me dood. Ik verstijfde helemaal, gewoon een dikke freeze.’
Hij maakt zich los uit zijn gedachten, trekt zijn schouders naar achteren, staat op en pakt zijn tabak. Hij gaat in de vensterbank zitten, duwt het raam omhoog, draait een shaggy, steekt ‘m aan en neemt een diepe trek. Hij tuit zijn lippen naar opzij, blaast de rook naar buiten. ‘Bij ons was het gewoon fucked up. Iedere dag die klote spanning, hoe is het thuis? Man, dat voelde ik al op de drempel van school. Dan trok m’n kop al samen, alsof er een band omheen getrokken werd. Ik raakte al opgefokt als ik van het plein af liep. Zou ze wakker zijn, misschien zelfs aangekleed? Als Willy was geweest, de hulp, dan was het in ieder geval opgeruimd en vond ik vaak wat lekkers op mijn kamer. Maar het leek niemand te interesseren dat het bij ons niet goed ging. Mensen moeten dat toch in de gaten hebben gehad? Jee. Van de buitenkant zag het er natuurlijk prima uit. Mijn vader hield de tuin bij, waste regelmatig de auto. Pipo. Als mensen dat doen, dan zorgen ze toch ook goed voor elkaar. Ja toch? Zo’n man heeft toch geen kind dat zichzelf naar bed brengt? Toch? Of z’n eigen eten bij elkaar scharrelt? Zo’n man is hij toch niet?’ Mick neemt nog een flinke hijs.
‘En het stomme is Rosie, ik zie nu dat dat fantaseren over drijfzand gewoon symbool staat. Symbool voor mijn leven toen. Je bent toch veilig bij je ouders? Nou ik was dat niet. Ik miste vaste grond. Ging kopje onder in die zuigende gekte van die crazy familie.’