Wankelmoedig

Wankelmoedig

Joost. 10.57u

Joost kijkt naar haar profielfoto. Heldere ogen. Lachrimpels. Zijn verlangen naar haar leeft kort en hevig op. De geur van desinfecteer en oude mensen zet hem met beide benen op de grond. De dood is dichterbij. Een verpleegkundige stiefelt in hoog tempo door de gang. Het stugge katoen van haar broek maakt een klapperend geluid. Vreselijk, die seksloze kleding. Joost is hier een jonkie, met z’n 57 jaar. De anderen zijn minstens tachtig, alle mannen dragen geruite overhemden. Nog maar kortgeleden waande hij zich onverwoestbaar, voelde hij zich vrij in het alleen-zijn. Hij typt: ‘Mariëlle, ik wil je spreken’ en drukt op verzenden.

Mariëlle. 10.59u

Een jaar geleden zou dit bericht haar hebben doen dansen door de kamer. Ze zou een tijdje wachten met antwoorden, om niet de indruk te wekken wanhopig te zijn.
‘Ja, ik zou zeker ja zeggen,’ mompelt ze. ‘Ik wilde niets liever dan terug naar jou. Man, ik zou direct in je armen gesprongen zijn. Maar nu… nu liggen de zaken wel even anders mijnheer Bode.’ Ze legt haar hoofd in haar handen. ‘Pffffff. Ik heb zo fucking hard moeten werken. Serieus. Zo veel pijn. En nu het beter met me gaat, sta jij aan de deur. Jij bent een risico, man, een groot risico. Waarom zou ik dat nemen?’

Joost. 11.04u

In een efficiënte cadans zwaaien deuren open en schalt er een naam.
‘Mijnheer Vermeulen.’ Een oude man staat stijfjes op. Het duurt eindeloos.
‘Mijnheer Bode.’ Joost veert op en loopt vlot achter de witte jas aan.
‘U mag uw bovenlijf ontbloten,’ zegt de dame terwijl ze de deur achter hen sluit. Hij trekt zijn shirt over zijn hoofd en kijkt mistroostig naar beneden. Zijn borstharen zijn sprietig en grijs, rond zijn heupen bolt vet over de rand van zijn strakke zwarte spijkerbroek. Hij denkt weer aan Mariëlle. Hij hield van haar lijf. Haar ronde borsten en stevige billen boden altijd plek. Haar muzieksmaak dwong haar in strakke broeken, wijde blouses en hoge Dr. Martens. Hij vond dat zo sexy. Net als hij op het onderzoeksbed wil gaan liggen, plingelt zijn telefoon. In één oogopslag leest hij haar vraag: waarom.

Mariëlle. 11.15u

Toen ze op 21 mei 2021 om 18.08 thuiskwam, wist ze onmiddellijk dat er iets niet klopte. Alsof het leven uit het huis was geglipt. Hij kwam niet thuis rond etenstijd, nam de telefoon niet op. Ze belde wat mensen, stuurde appjes. Niemand wist iets. Laat in de avond reed ze naar hun atelier. Haar sleutel paste niet in het slot en ze wist direct wat dat betekende. Joost liet hun verleden achter zich en was niet van plan haar nog ergens binnen te laten. Zijn verraad verwoestte haar, kroop in haar cellen. Slapen lukte niet, eten evenmin. Zoals verliefdheid je voedt, trekt verlatenheid je leeg. Ze wrijft over haar slapen.
‘Daar ga ik nooit meer in zitten.’

Joost. 11.16u

Een rilling trekt over zijn lijf als de koude gel zijn huid beroert. Joost luistert half naar de uitleg. Moet hij Mariëlle zeggen dat hij in de medische mallemolen is beland? Hij hoort haar al schamperen. ‘Karma is een bitch. Lul. Met je ik-ga-mijn-eigen hart-volgen.’
De verpleegkundige gaat met het apparaat over zijn borst.
‘Hier ziet u de kransslagader.’ Joost kijkt op het scherm naar een zwart witte wirwar van kanaaltjes en draadjes. Waarom is dit orgaan het symbool van de liefde? Omdat het zo ingewikkeld is of omdat zo veel kapot kan?
‘Tsja, dit is niet goed. Pulseert amper, toevoer van bloed beperkt. Ik bel even met de arts.’
‘Kut’ schreeuwt Joost zodra zij de deur gesloten heeft. De wrange parallel met zijn relatie met Mariëlle overvalt hem. Ook in hun relatie was er sprake van een beperkte toevoer. Geruisloos, als met koolstofmonoxide, werd alles tussen hen dor. Joost raakte delier van het gebrek aan frisse lucht, zijn bewustzijn vernauwde. Hij wilde maar één ding. Eruit.

Mariëlle. 11.17u

Ze schenkt zichzelf koffie in. Ze denkt aan de hilarische advertentie van Elsbeths sportclub T.Z.T. (Trainen Zonder Testosteron). Het bleek een kantelpunt. Niks ‘te zijner tijd’ maar vanaf dat moment gooide ze haar leven over de andere boeg. Tijd voor actie. Systeemtherapie streed met oude demonen. Een sjamaan liet haar brullen in een zweethut. Haar kroegdrankje werd een tonic met citroen en ze besloot dat grijs haar haar fantastisch stond. Haar huis kreeg een make-over. Ze werd instant vrolijk van veelbelovende namen als Rectory Red, Hague Blue en Green Smoke. Ze deed Joost zijn lievelingsstoel naar de kringloop en verwijderde zijn naam bij de deur. Geleidelijk verdween zijn stem uit haar gedachten, verdween zijn geur uit haar huis.

Joost. 11.20u

Andere koppen. One night stands. Katers. Raggen op z’n gitaar. Snoeiharde punk. Met zijn neus in de coke draaide niet alleen zijn lever overuren. Het gruizige nachtleven werd zijn nieuwe habitat. Joost lééfde weer, hij voelde zich weer een vent. Hij had wel door hoe hij Mariëlle raakte. Haar apps gingen van verbijstering naar woede tot onpeilbaar verdriet. Hij wist niet wat hij er mee moest. Hij ontweek haar, volgde andere sporen in de stad. Als hij haar zag, schrok hij van de kromming van haar gestalte. De zwaartekracht had grip gekregen op haar samengeklonterde verdriet. Hij schoot van irritatie (‘pak je leven op, trut’) naar mededogen (‘toe lieverd, doe je ding’). Nu pas ziet hij welk onrecht hij haar heeft aangedaan. Schaamte vlamt door zijn borst. Hij appt haar nog eens. Wil je alsjeblieft met me praten, zie nu pas wat voor lul ik ben geweest. Heb je zo veel pijn gedaan. Ik wil sorry zeggen, het met je rechtzetten.

Mariëlle. 11.20u

Haar mond valt open.
‘Wat dénk je nou Joost? Dat je hier zo maar even kan binnen vallen? Wat valt er nu nog recht te zetten? Mijn wereld is niet meer de jouwe. Mijn bakens zijn alláng verzet. Alles staat al recht. Godver. Wat wil je nou van me?’
Ze antwoordt: wtf ga je dood ofzo?

Joost. 11.26u

Het is goed mis. Spoed. Opname. In een roes belt hij zijn zus of zij wat spullen kan brengen. Verder hoeft hij niemand in te lichten. Zijn brede en welbespraakte netwerk was vlot uitgepraat toen hij hun liefde in één klap waardeloos verklaarde en Mariëlle haar problemen afdeed als aanstellerij. Ze keerden hem de rug toe. Het deed ‘m zeer. Verdomme. Maar hij verbeet zijn teleurstelling. Dan niet. Burgerlijke sukkels. Hij wordt in een rolstoel gezet en terwijl de gang aan hem voorbijflitst, voelt hij de druk tussen zijn ribben toenemen. Hij geeft over en vangt het op in zijn leren jack. Hij appt zijn zus: Bel jij M?

Mariëlle. 15.00u.

In een boze bui riep ze wel eens ‘sterf, lul’. Een dode Joost leek haar beter te verteren dan een weggelopen Joost. Maar nu hij er zo bij ligt, overvalt een kalme mildheid haar. Sinds het telefoontje met Loes zit ze op de bank. Ze puzzelt op haar eigen gedachten en probeert deze onder woorden te brengen. Loes vertelde over zijn onrust, zijn gevoel een misfit te zijn. Hoe hij, zonder grenzen, in de valkuil van destructief gedrag lazerde. In zijn pogingen ten volle te leven sneed hij levensverbindingen door en pleegde roofbouw op zijn systeem. Ze voelt geen leedvermaak. Ze voelt met hem mee. Ze is verbaasd over haar vergevingsgezindheid.
‘Wat een ravage Joost, jemig.’

Mariëlle. 17.33u.

In haar hoofd zit hij al naast haar op de bank. Ze kruipt al in het kuiltje van zijn oksel.

Wankelmoedig. Zo voelt ze zich. Wankelmoedig.

Mariëlle. 21.55u

Ze appt. ‘Joost. Praten ok. Beloof dat je uitlegt of dit het allemaal waard was.’



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *